Kees van Ginneke en Ad Rijnen maakten als politieagent heftige dingen mee: 'Belangrijk dat je jouw verhaal kwijt kunt'

maandag, 29 december 2026 (08:46) - Gemerts Nieuwsblad

In dit artikel:

Kees van Ginneke en Ad Rijnen zijn twee gepensioneerde agenten die hun politiecarrière begonnen na een opleiding in Baexem en decennialang dienst deden in de regio Eindhoven, met standplaatsen in Boekel en Gemert. Kees verruilde in de jaren zeventig het tekenaar-constructeurswerk voor de Rijkspolitie nadat een brochure zijn interesse wekte; Ad, afkomstig uit een boerengezin in Oirschot, koos voor de politie vanuit de behoefte aan een actief en maatschappelijk relevant beroep. Beiden traden in 1975 (Kees) in dienst en werkten uiteindelijk ruim veertig tot vijfenveertig jaar in het veld.

Hun taken bestreken het volledige scala van het politiewerk van die tijd: afhandelen van verkeersongevallen, inbraken, zelfdodingen, huiselijk geweld en meldingen van mensen met psychische problemen. Ad werkte later ook bij de zedenpolitie en de mobiele eenheid; Kees deed verkeerscontroles, begeleidde lokale evenementen zoals Sinterklaasintocht en carnaval, surveilleerde per helikopter en speelde zelfs hoorn in het politieorkest. Beide mannen benadrukken dat het werk vaak veel diverser en menselijker was dan het beeld van agenten die “rondjes om de kerk” rijden.

De emotionele tol van het politiewerk komt meerdere keren terug in hun verhalen. Ze herinneren zich ingrijpende zaken: een vader die zijn twee zoontjes om het leven bracht, talloze dodelijke verkeersongevallen (waaronder ongelukken die Kees diep raakten omdat slachtoffers zijn eigen leeftijd of die van zijn kinderen hadden), het moeizame moment van het informeren van nabestaanden midden in de nacht en persoonlijke verwondingen zoals Kees’ schouderblessure na een confrontatie met een agressieve drugsverslaafde. Zulke ervaringen lieten sporen na, maar beide mannen leggen uit dat praten met collega’s, steun van het thuisfront en deelname aan uitvaarten hielpen bij het verwerken.

Beiden zagen ook veel moois: een gevoel van verbondenheid met dorpsgemeenschappen, het idee niet anoniem te zijn maar deel uit te maken van de samenleving, en voldoening uit speciale taken zoals nachtwaken tegen stropers of het spelen in het politieorkest. Tegelijk herkennen ze dat de politie vroeger vaak op een eiland werkte — weinig contact met maatschappelijke hulpverleners, scholen of gemeentepolitie — terwijl nu de samenwerking en onderlinge ondersteuning sterk zijn verbeterd.

Terugblikkend zouden ze hun loopbaan grotendeels opnieuw doen, al nuanceert Kees dat hij het werk uit die tijd zou missen, maar niet per se de veranderde maatschappelijke omgeving waarin hulpverleners soms harder worden bejegend. Beide mannen hopen dat hedendaagse agenten, naast de moeilijke kant van het vak, ook plezier en zingeving blijven vinden in hun werk. Hun verhalen geven een eerlijk beeld van de mix van traumatische confrontaties, collegiale steun en lokale betrokkenheid die het politievak in kleine gemeenschappen jarenlang kenmerkte.