In de Biechtstoel: Josje van Dam
In dit artikel:
Josje van Dam werd geboren in Bandoeng (toenmalig Nederlands-Indië), groeide op bij een vliegbasis in Jakarta omdat haar vader bij het KNIL werkte, en verhuisde op tienjarige leeftijd met haar gezin in 1951 naar Nederland. Na een korte tussenstop in Heeswijk-Dinther vestigden ze zich in Gemert, op de Molenakker. Ze is nu een vrouw van in de tachtig met een grote, nabije familie: kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen waarvan hun gezondheid haar meest dierbaar is.
Als katholiek uit Indië benadrukt Josje dat verschillende religies daar vreedzaam naast elkaar bestonden; harmonie en eerlijkheid zijn waarden die ze hooghoudt. Ze kookt met veel plezier en passie, en draagt tal van familierecepten van moeder en tantes mee — recent maakte ze Indische frietjes samen met haar achterkleinzoon. Naast thuis koken verzorgt ze wekelijks de maaltijden voor het nabijgelegen woonzorgcentrum Ruijschenbergh en helpt zij om de twee weken bij de frietavond: zo combineert ze haar twee grote liefdes, koken en contact met mensen.
Ze blijft leergierig, onderhoudt oude vriendschappen (ook schoolvriendinnen) en koestert plannen om het door haar achtergelaten Indië opnieuw te bezoeken; volgend jaar reist ze erheen met haar oudste kleinzoon Pim. Binnen de familie komt er een Van Dam-reünie en ze onderhoudt nog contact met familieleden zoals het zusje van haar vader in Nieuwegein. Een constante in haar leven is de vriendschap met Kees de Bekker, wiens vader als burgemeester veel voor Gemert en de Indische gemeenschap betekende — hierover verschijnt binnenkort een boekje.