Gemerts Kerstverhaal

donderdag, 25 december 2025 (00:00) - Gemerts Nieuwsblad

In dit artikel:

In december 1696 trekt in de buurt van Gemert (bij het Aahuis over de Aa) een boerenkar met een man en een vrouw voorbij; op de kar klinkt een klein kindergeschrei. De voerman stapt even uit voor een borrel in het Aahuis en geeft later tegenstanders een ontwijkend antwoord: wat er zo schreeuwde waren “jonge varkens”. Een andere passant, Hendrik Daniëls, hoort het gehuil en reist mee tot herbergier Peter Welten. De volgende dag krijgt de schout lucht van het voorval en ondervraagt moeder en dochter Peters. Dochter Anneke verklaart dat de voerman een blauwe kiel droeg, vermoedelijk uit Dinther en dat zij “op de kar een kindje horen huilen”. Ze weet niet precies wie de reizigers waren of of ze getrouwd waren.

De krantige vertelling verweeft deze ooggetuigenrapporten met een herkenbare natieve Szene: Dinther wordt figuurlijk Nazareth, Gemert Bethlehem, de dijk en de herberg spelen de rol van de bekende evangelische setting waar geen plaats is. De anekdote laat zien hoe een alledaagse gebeurtenis — een kar die stopt bij een dorpsherberg en een man die zegt dat het varkens zijn — in lokale overlevering kan samenvloeien met bijbelse beelden. De auteur sluit af met de stelligheid van een kroniekschrijver: ze zijn écht hier geweest, in 1696, en het verhaal leeft voort als een stukje plattelandsfolklore dat bijdraagt aan de plaatselijke identiteit.