Geen klompendans
In dit artikel:
In 1648, terwijl elders in de Verenigde Nederlanden de Vrede van Münster werd gevierd, stond Gemert onder gespannen spanning. Caspar Ulrich van Hoensbroek, veertien jaar commandeur van de Commanderij Gemert, had een slechte reputatie: autoritair, in juridische moeilijkheden en in onmin met veel dorpsgenoten. Al in de herfst van 1647 kwam landcommandeur Huyn van Geleen voor onderzoek naar Gemert; Van Hoensbroek vluchtte voordat dat onderzoek kon plaatsvinden en verloor daarop zijn functie.
Van Hoensbroek zocht steun bij de Staten-Generaal in Den Haag en probeerde zich met gewapende macht te herstellen. De Haagse autoriteiten grepen de gelegenheid aan en namen Van Hoensbroek en de goederen van de commanderij “in protectie”, een stap die het bijzondere zelfbestuur van de vrije heerlijkheid ondermijnde. Als gevolg werden de katholieke geestelijkheid gedwongen te vertrekken, het Sint-Janskerkje aan de nieuwe (protestantse) eredienst overgedragen en het predikherenklooster in het Binderseind ontruimd.
Kort daarna keerde Van Hoensbroek terug met ruiters en een predikant; hij liet de kerk in beslag nemen, altaren en beelden verwijderen en sloot de Latijnse school. Twee zware kisten met het heerlijkheidsarchief werden meegenomen — zo zwaar dat ze met touwen door de kerk werden getakeld. Juridische stappen werden bemoeilijkt door ontbrekende bewijsstukken, maar uiteindelijk herwon Gemert haar positie: in 1662 klonken de klokken van Sint-Jan weer als teken van herstelde vrijheid.