Big city
In dit artikel:
Ik en mijn vriendin, twee zelf omschreven plattelands-boomers, besloten eindelijk een langgekoesterde wens te vervullen: een bezoek aan het Rijksmuseum in Amsterdam. Met kortingsbonnen en een dalurenkaart op zak verliep de start hectisch — we misten de trein omdat we de kaart niet goed begrepen en ik had sinds twintig jaar niet meer gereisd, wat voor wat stress bij overstappen zorgde.
In Amsterdam werd de drukte meteen voelbaar: rennende mensen, fietsen en bakfietsen die continu uitwijken vereisten opletten. Na een rustige lunch slingerden we naar het museum; we hadden een tijdslot gereserveerd dat achteraf niet strikt nodig bleek. Binnen genoten we van de collectie, ondanks dat De Nachtwacht in de steigers stond — de restauratiewerkzaamheden waren juist boeiend om te zien. Tussen luidruchtige schoolgroepen en respectvolle buitenlandse bezoekers bewonderden we meerdere iconische schilderijen, tot de suppoosten om vijf uur het museum sloten. Buiten bleek het al te schemeren, wat de stad een andere sfeer gaf. Moe maar voldaan keerden we per trein terug naar het zuiden: het museumbezoek kon van onze to-dolijst worden afgestreept.
Kort extra context: het Rijksmuseum is Nederlands grootste museum voor kunst en geschiedenis en De Nachtwacht is Rembrandts beroemdste werk, vaak onderwerp van restauratie.